Vaccinatie van de kat

Wat is een vaccin?

Een vaccin bevat verzwakte ziektekiemen waarvan de kat niet ziek kan worden, maar waardoor er wel afweerstoffen aangemaakt worden. Deze beschermen de kat als hij besmet wordt met echte ziektekiemen. Na een vaccinatie is de kat niet levenslang beschermd. Dit moet jaarlijks herhaald worden om de bescherming op peil te houden.

Tegen welke ziekten worden katten gevaccineerd?

  • Kattenziekte: Is vaak een dodelijke virusinfectie bij de kat. Het virus vermeerderd zich snel in het beenmerg en in de darmen van de kat. Het virus verspreid zich vooral door direct contact maar ook door een besmette omgeving. Katten die besmet zijn verspreiden de ziekte via ontlasting en braaksel. Het virus kan buiten de kat tot wel 12 maanden overleven. De prognose van kattenziekte is slecht. De meeste katten met deze ziekte gaan dood ondanks een intensieve behandeling. De meest opvallende verschijnselen zijn:
    • Koorts
    • Erge buikpijn
    • Braken
    • Diarree
    • Uitdroging

 

  • Niesziekte: Dit is een ontsteking van de voorste luchtwegen. Het wordt veroorzaakt door verschillende bacteriën en virussen. Door het niezen, verspreiden de kiemen zich via de lucht. Door direct of indirect contact kan een kat besmet raken. Deze ziekte is te behandelen met medicatie, maar katten die eenmaal niesziekte hebben gehad kunnen er klachten aan overhouden, zoals een loopneus of ontstoken oogjes. Vaak blijven ze ook drager van het virus. In tijden van stress (pensionbezoek, verhuizing, bezoekje buitenshuis) of t.g.v. een andere ziekte kan niesziekte weer de kop op steken. De symptomen zijn:
    • Niezen
    • (waterige) neus- en ooguitvloeiing
    • Koorts
    • Blaasjes op de tong.

 

  • Bordetella: Dit is niesziekte veroorzaakt door een bacterie i.p.v. een virus. Deze kan echter net zo ernstig zijn als de gewone niesziekte. De symptomen zijn:
    • Niezen
    • (waterige) neus- en ooguitvloeiing
    • Koorts
    • Blaasjes op de tong.

 

  • Leukemie (FeLV): Wordt veroorzaakt door het leukemievirus. Dit virus tast het immuunsysteem van de kat aan, waardoor de weerstand daalt. Besmetting gebeurt via speeksel van een besmet dier (bv onderling wassen, via drink- en eetbakjes). Meestal duurt het een aantal jaren voor de ziekte zich openbaart. De kat is in die tijd wel drager en kan andere katten besmetten. Kittens worden vaak al in het nest besmet. Er bestaat geen behandeling tegen dit virus en de kat zal uiteindelijk sterven. Er is een vaccin op de markt die de kat (gedeeltelijk) kan beschermen tegen leukose. Vooraleer de kat te vaccineren, moet ze getest worden op het leukosevirus om zeker te zijn dat ze niet besmet is. Dit kan d.m.v. een zogenaamde ‘snap-test’. Als de kat niet besmet is, kan ze op de leeftijd van 9 en 12 weken gevaccineerd worden, met jaarlijkse herhaling. De ziekteverschijnselen zijn:
    • Koorts
    • Bloedarmoede
    • Vermageren
    • Gezwellen thv de lymfeklieren
    • Verminderde  eetlust

 

  • Hondsdolheid (rabiës): Dit virus is erg gevaarlijk voor mens en dier. Mens en dier gaan zonder uitzondering dood nadat de verschijnselen zich openbaren. Hondsdolheid wordt overgebracht door een dier dat hondsdol is via speeksel (bijtwond). Gelukkig komt rabiës in Nederland al jaren niet meer voor. Enkel als de kat mee de grens over gaat, is vaccinatie verplicht.

Op welke leeftijd moet een kat gevaccineerd worden?

Kittens:

  • Op de leeftijd van 9 weken wordt geënt tegen niesziekte. Bordetella en FeLV indien nodig/gevraagd.
  • Op de leeftijd van 12 weken wordt geënt tegen niesziekte en kattenziekte. Rabiës en FeLV indien nodig/gevraagd.
  • Op de leeftijd van 1 jaar wordt geënt tegen niesziekte en kattenziekte.

De volwassen kat:

  • Op de leeftijd van 2 en 3 jaar wordt geënt tegen niesziekte.
  • Op de leeftijd van 4 jaar wordt geënt tegen niesziekte en kattenziekte.
  • Op de leeftijd van 5 en 6 jaar wordt geënt tegen niesziekte.
  • Op de leeftijd van 7 jaar wordt geënt tegen niesziekte en kattenziekte enz.
  • Bordetella en Rabiës alleen indien nodig/gevraagd.