Wormen bij uw huisdier
Spoelwormen

Levenscyclus
De levenscyclus van spoelwormen is erg ingewikkeld. De volwassen wormen leven in de darmen van honden en katten. Bij een zeer ernstige infectie zijn ze soms zichtbaar in de ontlasting. De eitjes van volwassen wormen komen met de ontlasting mee naar buiten. Deze eitjes ontwikkelen zich tot larven die na opname door de hond of kat weer in de darmen terechtkomen. De larven gaan vanuit de darmen naar de longen, waarna ze worden opgehoest en weer ingeslikt. Hierna worden de larven volwassen in de darmen. Honden en katten worden steeds opnieuw besmet met spoelwormeitjes.

Als een teef of poes drachtig is, gaan de larven ook naar de baarmoeder. Puppy's en kittens worden dus al in de baarmoeder besmet met spoelwormen. Na de geboorte worden puppy's en kittens ook nog besmet via de moedermelk en de ontlasting van de moederhond. 

Welke problemen veroorzaken spoelwormen?

Puppy's en kittens
Puppy's en kittens met spoelwormen hebben vaak een doffe vacht en kunnen last krijgen van braken en diarree. 

Volwassen dieren
Volwassen dieren vertonen meestal geen symptomen van een spoelworminfectie. Echter, onderzoek toont aan dat 25% van de honden en katten spoelwormeitjes in hun vacht hebben! Ze zijn dus een grote infectiebron voor hun omgeving.

Mensen
De mens is geen goede gastheer voor spoelwormen. De larven worden dan ook niet volwassen in het menselijk lichaam. Ze kunnen echter wel gaan zwerven in het lichaam en verschillende organen aantasten.  

19% van de Nederlandse bevolking heeft wel eens een spoelwormbesmetting doorgemaakt. Meestal treden er geen ziektesymptomen op. Soms treden er griepachtige verschijnselen op of long- en leverproblemen. 

Kinderen kunnen wel heel ziek worden van spoelwormlarven. Migrerende spoelwormlarven kunnen onder andere blindheid veroorzaken. Daarnaast kunnen ze de symptomen van astma versterken.

Lintwormen 

Levenscyclus
De hondenlintworm wordt overgebracht door vlooien. In het maag-darmstelsel van de hond wordt de lintworm volwassen en begint eitjes te produceren. Deze eitjes komen in pakketjes met de ontlasting mee naar buiten. Ze zijn soms zichtbaar als kleine, witte (bewegende) stukjes die je terugvindt in huis of in de vacht van de hond. De eitjes worden weer opgenomen door een tussengastheer (vlooienlarven).

De kattenlintworm heeft een soortgelijke levenscyclus, alleen wordt deze ook overgebracht door muizen. Een kat die een muis vangt en opeet, raakt zo besmet met lintwormen.

De vossenlintworm heeft een iets andere cyclus. De tussengastheren zijn knaagdieren. In deze tussengastheren vormen zich wormlarven. Als het knaagdier opgegeten wordt door een hond of kat, worden de lintwormen volwassen en beginnen eitjes te produceren die met de ontlasting mee naar buiten komen. Een hond kan ook besmet worden door het opeten van vossenontlasting.

Welke problemen veroorzaken lintwormen?
De hondenlintworm kan bij de hond en kat jeuk veroorzaken onder de staart. Bij ernstige besmettingen neemt de conditie van uw huisdier af en soms kan het dier vermageren.

Voor de mens is de vossenlintworm erg gevaarlijk. Als de mens per ongeluk via contact met de hond eitjes binnenkrijgt, vormen zich blazen in de inwendige organen. Als deze blazen opengaan, kan dit een levensbedreigende reactie van het lichaam veroorzaken.

Preventie van worminfecties bij mensen

Hygiëne

  • Verwijder honden- en kattenpoep zorgvuldig van de straat, uit de tuin en de zandbak.
  • Laat katten hun behoeften doen op een kattenbak en verschoon deze regelmatig.
  • Reinig vaste ligplaatsen van honden en katten regelmatig.
  • Houd de nagels van kinderen kort.
  • Laat kinderen na het spelen en voor het eten hun handen wassen.

Preventie van lintwormen

  • Behandel uw huisdieren preventief tegen vlooien.
  • Geef uw hond of kat geen rauw vlees. 

Ontwormingsschema van honden en katten
Puppy's moeten op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken worden ontwormd. Daarna iedere 4 weken tot de leeftijd van 6 maanden. Vanaf dan minimaal 4x per jaar.
Kittens worden op de leeftijd van 4, 6 en 8 weken ontwormd. Daarna iedere 4 weken tot de leeftijd van 6 maanden. Vanaf dan minimaal 4x per jaar.